Wat voorafging…
Om de zware fysieke ontberingen en vooral de amoureuze toenaderingspogingen van hun tirannieke instructrice te ontvluchten, besluiten de 12-jarige Fritz Plissken en zijn klasgenootjes te ontsnappen uit kamp Alpenpracht.
Rondom barak 13 heerste de stikdonkere nacht. Hoe wij ook met half toegeknepen ogen door het opengeschoven raam in de duisternis tuurden, wij konden geen levend wezen zien. Maar wij wisten dat deze doodse stilte bedrieglijk was. Want ergens in die zwarte zee van leegheid zwierven onze bewakers en hun wolfshonden rond.
In de loop der jaren hadden zij een extra zintuig voor ontsnappende kinderen ontwikkeld. Vanuit het niets besprongen zij hun onfortuinlijke slachtoffertjes, net wanneer die de zoete geur van de vrijheid dachten te ruiken. Wat er daarna gebeurde, wist niemand. Maar wij konden er ons een hoop bij voorstellen.
Nu wij op het punt stonden om deze duistere wereld van onzekerheid te betreden, raasde er een storm van twijfels door ons hoofd. Ja, het leven in kamp Alpenpracht was onmenselijk hard. Maar was dat echt erger dan in het donker betrapt worden door de bewakers en hun wolfshonden met hun rode ogen en vlijmscherpe witte tanden?
Toen kregen wij echter het weerzinwekkende beeld voor ogen van Gertrude die met haar imposante lichaam boven ons uittorende en ons met hese stem toefluisterde dat ze een echte vent van ons zou maken. Een rilling liep over onze rug en dat was heus niet alleen omdat er ijskoude lucht door het open raam naar binnen waaide.
« Lees meerrr… »