Wat voorafging…
Onze superhelden Superrrfritz en Superrrjunior scheuren in hun Superrrredactiemobiel naar de snelweg, waar zij Dr. Von Schtück hopen te onderscheppen. Want die gemene schurk heeft, samen met zijn monsterlijke assistent Igor, de Redactiehond en nog enkele andere honden ontvoerd.
Met een rotvaart en een ware doodsverachting bewogen wij ons door het verkeer. Behendig sturend slingerden wij tussen auto’s en vrachtwagens door, terwijl ons arendsoog voortdurend speurde naar een teken van die duivelse Dr. Von Schtück. “Volgens de boevenradar zouden we over tien seconden visueel contact moeten hebben met die hondenrovende schurk, vader”, zei Superrrjunior.
Wij gaven nog wat extra gas, zodat het zeven seconden zouden zijn. Er viel een korte stilte in onze Superrrredactiemobiel. Zo meteen zouden wij de strijd aanbinden met een krankzinnige wetenschapper en zijn afzichtelijke helper. “Drie… twee… een…”, telde Superrrjunior af. Wij keken in het rond, zonder eigenlijk te weten wat voor voertuig we nu precies zochten.
“Volgens de boevenradar rijden ze vlak voor ons, vader”, zei Superrrjunior. “Wat? Die zwarte limousine met zijn donkere ramen?”, vroegen wij enigszins verbaasd. Want wij hadden Dr. Von Schtück toch horen spreken over een vrachtwagen? “Misschien zijn ze ondertussen van voertuig gewisseld”, opperde Superrrjunior. “We zullen de boevenradar maar geloven”, besloten wij.
De rest van het verkeer negerend, gingen wij naast de limousine rijden. “Zoon,” spraken wij terwijl we onze gordel losklikten, “neem het stuur even van me over.” Superrrjunior pakte het stuur beet en zette zijn linkervoet op het gaspedaal. Via het zijraam klommen wij op het dak van de Superrrredactiemobiel, waarna Superrrjunior vlot doorgleed naar de bestuurdersstoel.
Onze cape wapperde fotogeniek in de wind. Ondanks de hoge snelheid stonden wij stevig overeind. Wij schatten de afstand tot de limousine in en waagden de gevaarlijke sprong. Als een lenige kat landden wij veilig op het dak van de andere auto. Wij stampten het zijraam in en sprongen naar binnen. Op de achterbank troffen wij een dikke, kale vijftiger en een jonge deerne, allebei erg geschrokken. Ze leken helemaal niet op Dr. Von Schtück en Igor.
Wordt vervolgd…