Archief voor 3 december 2008

Fritz redt de Redactiehond (aflevering 8)

Wat voorafging…
Op aanwijzing van hun boevenradar onderscheppen Superrrfritz en Superrrjunior een zwarte limousine. Op de achterbank treft Superrrfritz echter niet de hondenkidnappers aan, maar een dikke, kale vijftiger en een bevallige jongedame, die zich allebei het apelazarus schrikken.

De man en het meisje hielden elkaar stevig vast. Wij hadden stellig de indruk dat ze dat ook al aan het doen waren voor onze inval. Maar nu deden ze het duidelijk uit angst, in plaats van uit passie. “Wie ben jij?”, vroeg de man bang. Wij keken hem doordringend aan en antwoordden: “Ik ben Superrrfritz, Bestrijder van de Misdaad, Verdediger van het Recht en Schrik der Schurken.”

Hij was niet erg onder de indruk van onze woorden, maar zij des te meer. Haar mondhoeken gleden naar beneden en in haar ogen begonnen tranen te glinsteren. Ze rukte zich los uit zijn armen en gaf hem een klap voor zijn plexus solaris. “Richard!”, zei ze boos en huilerig tegelijk, “Jij zei dat ze ons nooit zouden pakken. We zijn nog niet eens op Schiphol en ze hebben ons al gevonden.”

“Maar Patricia,” verdedigde de dikkerd die dus Richard heette zich, “dit is gewoon een idioot in een carnavalspak.” Hij zette deze woorden kracht bij met een boze, dreigende blik in onze richting. “Heb je dan niet gehoord wat hij zei, Richard?”, vroeg Patricia met een onprettig scherpe stem. “Hij is Superrrfritz! Hij heeft natuurlijk al lang door dat jij je eigen bank voor 50 miljoen hebt getild.”

Zweetdruppels verschenen aan het oppervlak van Richards kale knikker. De bankier zweeg, maar zijn Patricia was goed op dreef. “Ik had beter moeten weten dan te denken dat een idioot als jij mij het prinsessenleven kon bieden dat ik verdien.” Richard kleurde rood en wreef met een zakdoek zijn hoofd droog. Wij luisterden niet meer naar hun gekibbel en kropen via het raam weer naar buiten.

Superrrjunior keek ons vragend aan toen wij terug veilig en wel aan boord van de Superrrredactiemobiel waren. “Het was de verkeerde”, zeiden wij. “Die radar van ons toont élke bankier, boef en bandiet in de buurt.” Superrrjunior gebruikte een krachtterm die niet bij zijn jonge leeftijd paste. “Wat nu, vader?”, vroeg hij. “Nu zetten we de grote middelen in, zoon”, antwoordden wij. “Boordcomputer,” spraken wij tot de Superrrredactiemobiel, “ontplooi de vleugels.”

Wordt vervolgd…