Wat voorafging…
Dankzij de tussenkomst van Superrrjunior weet Superrrfritz het gevaarlijke boevenhulpje Igor uit te schakelen en binnen te dringen in de vrachtwagen van Dr. Von Schtück, die om nog onduidelijke redenen een stel honden heeft ontvoerd. Superrrfritz wil zijn eigen Redactiehond snel bevrijden. Maar waar blijft Dr. Von Schtück?
Tussen het bange gekef van de vele honden klonk plots een blije blaf die wij uit duizenden herkenden. Daar zat hij, de Redactiehond! Wij rukten moeiteloos de ijzeren kooi open en strekten onze armen uit naar onze trouwe vriend. De Redactiehond ging maar wat graag op deze uitnodiging in en sprong druk kwispelend in onze open armen.
Onmiddellijk werden wij verblind door een lichtflits die wij die dag al een paar keer eerder hadden meegemaakt. En inderdaad, door onze aanraking was ook de Redactiehond getransformeerd. Voor ons stond een nobel, sneeuwwit dier in een trotse, krijgshaftige pose. En met een cape en een gezichtsmasker die mooi bij onze outfit pasten.
“Ben jij…”, begonnen wij onze stamelende vraag. “Ja, ik ben het, baas: Superrrredactiehond!”, antwoordde het dier met ferme stem. Dat hij kon spreken, verbaasde ons niet. Dat had hij vroeger tenslotte ook al eens gedaan. “We moeten hier weg, trouwe vriend”, zeiden wij, bewust als wij ons waren van onze hachelijke situatie.
Superrrredactiehond keek om zich heen. “Niet zonder eerst deze arme makkers van me te bevrijden!”, zei hij. Superheld of niet, hij was nog altijd even koppig. “Helemaal mee eens”, gaven wij graag toe, “Maar dat zal ons hier binnen niet lukken.” Samen klommen wij door het gat in het dak van de rijdende vrachtwagen naar buiten.
Wij kropen behoedzaam naar de stuurcabine. In de buitenspiegel zagen wij Dr. Von Schtück ons gemeen toelachen. Plots ging de schurk vol op de rem staan. Wij werden van het dak geslingerd en kwamen hard op het asfalt terecht. Enkele auto’s wisten ons nog net te ontwijken. Enigszins gehavend bereikten wij de vluchtstrook.
De vrachtwagen stond midden op de snelweg. Dr. Von Schtück stapte uit en legde een raketwerper op zijn schouder. Die richtte hij niet op ons, maar op de Superrrredactiemobiel die boven hem cirkelde! De afgevuurde raket vertrok in een wolk van rook en vuur en zette koers naar haar doel. “Superrrjunior!”, schreeuwden wij.
Wordt vervolgd…