Onze bedoeling was eigenlijk om “(Na)zomerse overpeinzingen, editie 2007” als titel te gebruiken. Helaas kreeg onze latente ijdelheid de bovenhand en gingen wij toch voor wat er nu boven deze tekst staat. Maar wij dwalen af, dus dit geheel terzijde.
Toen wij ons enige tijd geleden in een Zuid-Hollands kustplaatsje dat wij niet nader bij naam zullen noemen omdat dat u nu eenmaal geen moer aangaat, lieve lezer, niet voor de eerste keer te goed deden aan een ijsje, werden wij ons plots erg zelfbewust.
En daarmee bedoelen wij dan dat we ons meenden te kunnen voorstellen hoe dat er uitzag, twee generaties Plissken die zich elk zaten te verlustigen aan een hoorntje met twee bollen heerlijk Italiaans schepijs. Het zag er namelijk niet uit. Dachten wij.
Plissken Junior is uiteraard nog te jong voor dit soort zelfreflectie, dus de lieve schat likte verder dat het een lieve lust was. Maar zelf voelden wij een lichte gêne in ons opborrelen om voor het oog van het ijssalonpersoneel ons gespierde smaakorgaan herhaaldelijk te ontbloten.
Dat recht koop je natuurlijk samen met het ijsje zelf; het zit als het ware bij de prijs van het ijs inbegrepen. Maar toch konden wij niet anders dan ons inleven in het gevoelsleven van de verkoopmedewerkers. Wat ervaarden zij bij de aanblik van al die aan ijs likkende tongen?
Observatie van voornoemde medewerkers leverde geen antwoord op onze vraag. Deze mensen waren duidelijk getrainde professionals die geen krimp gaven. Wij werden uit deze zomerse overpeinzingen gerukt door een zakelijke mededeling van Plissken Junior: “Papa, je ijsje smelt”.
N.v.d.r.: Editie 2006 van onze zomerse overpeinzingen vindt u hier, hier en hier.
