De Handtasexpeditie, aflevering 7

Wat voorafging…

Wanneer het papier in de printer op is, moet Fritz P. op zoek naar de sleutel van de voorraadkast in de handtas van onderhoudstechnicus Svetlana K. Omdat je in een vrouwentas nooit wat terugvindt, biedt de redacteur Wetenschappen, meneer Alfred, twee van zijn uitvindingen aan: een miniaturiseerkanon en een multifunctioneel exploratievoertuig. Als minimensjes gaat het drietal op avontuur in de handtas. Maar al snel beginnen twijfel en kleinmenselijke trekjes hun tol te eisen op de geestelijke gezondheid van de bemanning. Als blijkt dat de verkleining slechts tijdelijk is, wil Svetlana K. zo snel mogelijk weer weg om te vermijden dat haar dure handtas stuk wordt gescheurd.

En dan nu… de spannende ontknoping!

Verslag van hoofdagent S. Weilander

Heden vandaag reageerden wij op een telefonische oproep die gewag en melding maakte van ernstige geluidsoverlast in de kantoren van de onderneming Kroessederweureld Puntkom. Door de gewelddadige aard van deze overlast werd gevreesd voor de fysieke veiligheid van de betrokken en andere medewerkers in het gebouw. Wij besloten derhalve uit te rukken met de ondersteuning van een vijftal patrouilles en brachten alvast de oproerpolitie preventief op de hoogte van bovenvermeld incident.

 

Niet voor wij ter plekke arriveerden, kwamen wij aan op de plaats van de gemelde overlast. Zodra wij onze dienstvoertuigen reglementair hadden gestationeerd, gingen wij onmiddellijk en onverdroten over tot de eerste onderzoeksdaden. Toen wij van mening waren voldoende verkennende informatie te hebben ingewonnen bij de baliemedewerkster, bedankten wij haar voor de verstrekte inlichtingen en dito koffie, waarna wij ons begaven naar de etage waar naar verluidt de overlast werd veroorzaakt.

Reeds bij aankomst op de bewuste etage konden wij auditief vaststellen dat wij ons op de juiste etage bevonden, daar wij duidelijk hoorbaar een vrouwelijke stem waarnamen die zich op schrille toon en in onverstaanbare maar onmiskenbaar agressieve bewoordingen manifesteerde. Wegens de vermoede ernst van de situatie besloten wij niet meteen in te grijpen, maar te wachten tot alle collega’s post hadden gevat op de locatie waar wij ons reeds bevonden. Wat door de beperkte capaciteit van de lift even op zich liet wachten.

Toen wij voltallig en compleet waren, begaven wij ons naar de bron van de geluidsoverlast en dit op een behoedzame en bedachtzame manier om ons er van te vergewissen dat op de etage geen andere hulpbehoevende slachtoffers dan wel daders aanwezig waren. Dit bleek niet het geval, waardoor voor ons geen andere optie overbleef dan door te stoten naar het lokaal van waaruit een niet aflatende stroom van steeds duidelijker hoorbare beledigingen en bedreigingen ontsnapte, die echter niet aan ons waren gericht.

Met grote voorzichtigheid betraden wij het lokaal alwaar wij een persoon van het vrouwelijke geslacht aantroffen in het gezelschap van twee personen van het mannelijke geslacht. Eerstgenoemde persoon bracht met veel overtuiging slagen en verwondingen toe aan de oudere van de twee mannelijke personen, onder het uitslaken van menig lasterende bewoordingen gericht aan laatstgenoemde persoon.

De tweede persoon van het mannelijke geslacht lag bewusteloos op de grond, mogelijk ten gevolge van de zware verwondingen die desbetreffende persoon zichtbaar had opgelopen. Uit voorzorg besloten wij eerst deze persoon te evacueren, alvorens in te grijpen in de geweldplegingen van mevrouw.

Toen wij echter met meneer op de gang kwamen, hervond hij wederom het bewustzijn en begon hij terstond en op luide toon wartaal uit te kramen. Omdat wij de veiligheid van onze collega’s niet in gevaar wilden brengen, gingen wij onmiddellijk over tot het tijdelijk uitschakelen van deze risicofactor. Dat wij hierbij buitensporig geweld zouden hebben gebruikt, is een grove overdrijving. Alle collega’s bezigden hierbij immers alleen hun wapenstok. Wij ontkennen met klem dat dit preventieve optreden het slachtoffer c.q. de verdachte nog meer en ergere verwondingen zou hebben toegebracht.

Daar wij zelf dienden in te staan voor de veiligheid van onze eerste arrestant alsook die van de andere aanwezigen in het gebouw, riepen wij de hulp in van onze collega’s van de oproerpolitie om mevrouw te arresteren. Dit ging, zoals wij met eigen ogen konden vaststellen, niet van een leien dakje. Onze collega’s van de oproerpolitie konden echter rekenen op onze rugdekking. Dat wij hen niet ter hulp snelden toen zij daar naar eigen zeggen om vroegen, wijten wij aan een communicatiestoornis. Tussen al het krijgsgeweld en hysterisch gekrijs konden wij onmogelijk de stemmen van onze collega’s van de oproerpolitie onderscheiden van die van de arrestanten.

Twee uur later konden dan eindelijk alle arrestanten worden afgevoerd, alsook onze talloze gewonde collega’s. Ter plaatse werden enkele laptops, printers, digitale fototoestellen, iPods en een espressomachine in beslag genomen. In het lokaal zelf troffen wij nog aan: de restanten van een handtas, metaalscherven en elektronicapuin. Dit hebben wij laten ruimen door de gemeentelijke reinigingsdiensten.

Momenteel onderzoeken wij of mevrouw legaal in het land verblijft, daar zij heeft verklaard van Oost-Europese origine te zijn. Beide mannelijke arrestanten kunnen wij pas verhoren wanneer zij uit hun coma ontwaken.