Naar aanleiding van het De Ruyterjaar dat vandaag wordt geopend, stond vorige week in de weekendeditie van de Volkskrant een interessant artikel over het militair verleden van Nederland. Heel kort samengevat: de welvarende handelsnatie toonde zich militair een geducht tegenstander, maar het verval zette in zodra de aanzienlijke voorraad buitenlandse huurlingen werd drooggelegd. Want ook op dat vlak zijn Nederlanders zuinig.
Maar op termijn had dat zo zijn gevolgen. Wij citeren het artikel:
Toen de Duitsers in mei 1940 Nederland binnenvielen, waren de Nederlandse troepen kansloos. Niet alleen omdat zij zwakker en slechter bewapend waren, maar vooral omdat zij niet gewend waren te vechten. Von der Dunk vertelt hoe een officier tijdens de slag om de Grebbeberg zijn bericht aan opperbevelhebber Harbers besluit met een zinsnede die waarschijnlijk uniek is in de militaire geschiedenis: ‘Toen werd het levensgevaarlijk en trokken wij terug.’
Toen de Duitsers op 10 mei België binnenvielen, hield het Belgische leger slechts 18 dagen stand. Toch doet deze Achttiendaagse Veldtocht het hart van menig Belgische scholier zwellen van trots wanneer hij/zij tijdens de geschiedenisles verneemt dat de Nederlandse troepen een schamele vijf dagen standhielden. We weten nu dus ook waarom het zo snel ging:
