Wij liepen onze plaatselijke grootgrutter binnen om twee pakken melk te kopen. En een winterpeen voor de Redactiekonijnen, maar dat doet er voor dit verhaal verder niet toe. Wij kopen biologische melk, omdat wij onszelf voorhouden dat melk van een blije koe lekkerder en gezonder is dan melk van een koe die haar hele leven in een muffe stal doorbrengt. Maar ook dat doet er voor dit verhaal verder weinig toe.
Wij legden een literpak halfvolle melk voor onszelf in ons boodschappenmandje. En voor Plissken Junior wilden wij volle melk kopen. Die vetzuurtjes zijn goed voor zijn jonge hersentjes, zo las mevrouw Plissken ooit op een website die de indruk gaf verstand te hebben van dat soort zaken. Maar toen zagen wij de houdbaarheidsdatum van de volle melk. Die was al over twee dagen!
Nee, dat konden wij als liefhebbende ouder met een sterk ontwikkeld verantwoordelijkheidsgevoel ons kind niet aandoen. De lieve schat zou natuurlijk nooit een liter melk opkrijgen in twee dagen. Gelukkig zagen wij dieper in het koelvak nog een pak staan dat twee dagen langer houdbaar was. Gered! Maar al terwijl wij naar het pak reikten, speelde ons geweten op. Of was het onze neurotische aard?
Want wanneer wij voor ons eigen gemak net dat ene versproduct uitzoeken dat wat langer houdbaar is dan de andere, dan worden wij een tikkeltje zenuwachtig. Dan zien wij het voor ons geestesoog gebeuren dat het winkelpersoneel ons betrapt op deze asociale daad. En dat ze er dan wat van zeggen. Waar Andere Mensen bij staan. Ja, voor ons is boodschappen doen een spannende en zenuwslopende aangelegenheid.
Maar er gebeurde helemaal niets. Dat overkomt ons wel vaker, dat er niets gebeurt. Maar dat wist u als trouwe lezer natuurlijk al langer dan vandaag. Afijn, ter zake. Wij rekenden onze melk en onze winterpeen af — bij de zelfscankassa want dat scheelt ons weer een oppervlakkig menselijk contact met een ongeïnteresseerde kassajuf; maar ook dat doet er voor dit verhaal verder niets toe.
Ons overgevoelige geweten bleef echter zeuren. Want nou zat de supermarkt daar met een hoop melk die over twee dagen onverkoopbaar zou zijn. Die zouden ze dan moeten weggooien. Een vreselijke verspilling en dat allemaal omdat wij zo nodig een pak melk wilden dat twee daagjes langer houdbaar was. De consumptiemaatschappij was een lelijk monster en wij voelden zijn volle gewicht op onze schouders wegen.
Ja maar, stribbelden wij tegen, we kunnen Plissken Junior toch niet vragen om een liter melk in twee dagen op te drinken? De stem van ons geweten kende echter geen genade. “Die melk blijft heus wel nog een paar dagen langer goed”, sprak zij streng. “En trouwens, jij drinkt de laatste tijd een grote kop warme chocolademelk voor het slapengaan en daar gebruik je volle melk voor.”
Met een schok drong dit besef tot ons door. Verrek, ons geweten had gelijk! We hadden helemaal geen rekening gehouden met ons nieuwe avondritueel. Nu zaten we daar met een pak melk dat nog vier dagen houdbaar was, maar al over twee, hooguit drie dagen leeg zou zijn. Dan hadden we net zo goed een van die andere pakken kunnen kopen, bedachten wij met een schuldgevoel dat alsmaar zwaarder ging wegen.
Een gedachte flitste door ons hoofd: als we nu eens teruggingen en ons pak melk ruilden voor een van die minder lang houdbare pakken? Maar wij konden ons de rare blikken van het winkelpersoneel al voorstellen, wanneer wij onze innerlijke worsteling aan hen zouden uiteenzetten. En wij durfden het ook niet stiekem te doen. Want stel dat we betrapt zouden worden. Denken ze dat we wilden stelen.
Nee, wij zouden moeten leren leven met de gevolgen van onze onoverdachte daad. Misschien konden wij het op de karmabalans een beetje goedmaken door een straf voor onszelf te verzinnen. Ja, dat was het! Maar hoe? Hoe konden wij boete doen? Door het speculaasbroodje dat wij voor onszelf hadden gekocht, op het aanrecht te laten liggen, in de hoop dat een van de Redactiekatten het zou opeten?
Maar dat leverde niet het gewenste resultaat op. Want dan mogen die beesten eens iets pikken, halen ze er hun neus voor op. Een uur later vraten we het broodje dan maar zelf op. Als bijkomende troost wilden wij een kop warme chocolademelk maken. Tot wij de houdbaarheidsdatum op het melkpak zagen. Toen wisten wij hoe we onszelf zouden straffen. Geen warme chocolademelk tot dit vervloekte pak melk leeg was!