Wat voorafging…
Fritz Plissken gaat met een doodsbange Redactiehond naar de dierenarts. De afzichtelijke nieuwe assistent boezemt hem echter weinig vertrouwen in.
Wij stonden recht en trokken een trillende Redactiehond onder het bankje vandaan. “U mag ook gewoon in de wachtkamer blijven zitten”, zei de assistent. Hij probeerde zijn toon en zijn blik zo vriendelijk mogelijk te maken. Maar dat viel hem duidelijk zwaar. Het geringe effect werd bovendien volledig teniet gedaan door de hand die hij uitgestoken hield om de lijn van ons over te nemen. Die hand was eerder een kromme klauw met lange, scherpe nagels.
“Nee, dank u”, wuifden wij zijn aanbod weg. “Wij blijven liever bij de hond. Dan is hij iets minder bang.” De assistent deed geen moeite om zijn ontgoocheling te verbergen. “Zoals u wilt. Komt u binnen.” Hij zette een halve stap opzij in de deuropening en nodigde ons met een stijf handgebaar uit om verder te komen. De Redactiehond weigerde echter een poot te verzetten. Gelukkig was de vloer glad genoeg om hem mee te slepen.
Toen wij langs de assistent liepen om de praktijkruimte te betreden, drong zijn penetrante lijfgeur als een roestig mes in onze neus binnen. Plissken Junior wrong zich in bochten om ons te kunnen gebruiken als een levend schild tussen zichzelf en de assistent. “Lieve jongen”, zei de assistent terwijl hij zijn tronie in een brede glimlach dwong. Hierdoor ontblootte hij een deel van zijn gebit, dat in een verregaande staat van ontbinding verkeerde.
“Igor,” sprak een vermanende stem, “laat de cliënten met rust.” Een oudere heer met warrige witte haren, een slagersbrilletje en een zwaar Oost-Europees accent begroette ons overdreven beleefd. “Mijn excuses voor mijn assistent, Herr Plissken. Hij bedoelt het goed, maar hij is helaas een simpele geest. Mag ik me voorstellen? Ik ben Dr. Von Schtück en ik vervang uw dierenarts vandaag. Zij is helaas, hoe zal ik dat zeggen, buiten actie.”
Onze intuïtie schreeuwde dat er iets niet pluis was. De schattige donshaartjes op onze nek stonden overeind en onze wervels leken wel ijsklompen. Maar wij bleven dapper glimlachen. Bovendien, zo tikten wij onze intuïtie op de vingers, is het niet beleefd om op basis van wat tegenvallende uiterlijkheden meteen allerlei conclusies te trekken. “Maar genoeg getreuzeld”, zei Dr. Van Schtück handenwrijvend. “Zullen wij even naar dat hondje van u kijken?”
Tags: plissken junior, redactiehond