Fritz tekent een ridderroman (vervolg)

Wat voorafging…
Ridder Roemrijk kijkt uit naar zijn bezoekje aan Slot Lieverlee en Vrouwe Liselotte. Helaas ligt het beruchte Rooversbosch op zijn weg.

De kwalijke reputatie van het Rooversbosch was Ridder Roemrijk genoegzaam bekend. Hij was er echter de man niet naar om zich te laten afschrikken door boevengespuis. Vooral niet wanneer dat boevengespuis hem scheidde van de lieftallige Vrouwe Liselotte. Ridder Roemrijk glimlachte fijntjes en floot toen een luide, hoge toon.

Luttele ogenblikken later klonk vanuit het westen het klapwieken van enorme en sterke vleugels. De rovers vroegen zich af wat dit alles betekende en daar kwamen ze gauw genoeg achter toen een donkere schaduw over het woud gleed. Draak Dragonder had het fluitsignaal van haar meester gehoord en zette nu het hele bos in lichterlaaie.

Ridder Roemrijk verwarmde zich aan de hitte van de bosbrand en luisterde tevreden naar het gekrijs van de boeven die door het vuur werden verteerd. Zijn uitgelatenheid sloeg echter om in angst, toen hij zag dat de vlammen ook aan Slot Lieverlee begonnen te likken. Hij wilde de kasteelbewoners te hulp schieten, maar het brandende bos versperde hem de weg.

Pas nadat het Rooversbosch tot op de laatste houtspaander was afgebrand, kon Ridder Roemrijk eindelijk doorrijden naar Slot Lieverlee. Of beter gezegd, naar de smeulende resten ervan. Van het ooit zo machtige kasteel bleef niet veel meer over dan wat zwartgeblakerde muren. Ridder Roemrijk liet verslagen het hoofd hangen.

Hij gaf zijn paard de sporen en zette koers naar het westen, waar een prachtige zonsondergang het land dieporanje kleurde. Ridder Roemrijk keek nog een laatste keer om naar de ruïne van Slot Lieverlee en pinkte een traan weg. Hij vroeg zich af waar Draak Dragonder was gebleven. Met dat kreng had hij nog een appeltje te schillen.