Wat voorafging…
Fritz Plissken maakt zich zorgen wanneer hij ontdekt dat zijn zesjarig zoontje heeft zitten neuzen in een postordercatalogus waarin een hoop mevrouwen in badpak en/of lingerie staan. Maar de schade lijkt zo op het eerste gezicht nogal mee te vallen.

Zodra zoonlief weer thuis was, hielden wij hem stiekem in de gaten. Wij hebben in het verleden wel eens overwogen om in het midden van ons huis een quasi-onzichtbare centrale observatiepost te laten inbouwen, om zo te allen tijde het natuurlijk gedrag van Plissken Junior en zijn vriendjes te kunnen bestuderen.
Uiteraard is dat een pedagogisch onkies en moreel verwerpelijk idee. Bovendien is de woonoppervlakte hier in Nederland zo duur, dat wij er weinig voor voelen om kostbare vierkante meters op te offeren aan dit project. Dan maar blogstukjes schrijven en geen Nobelprijs voor de Kinderpsychologie winnen. Maar wij dwalen af.
Wij hoefden overigens geen enkele moeite te doen om onze nieuwsgierige blikken verborgen te houden voor Plissken Junior. Want zoonlief had slechts één doel voor ogen: het lokaliseren van zijn nieuwe papieren vlam. Toen zij niet meer bleek te liggen waar hij haar die ochtend gelaten had, kwam hij meteen ter zake:
— Papa, waar ligt dat boek?
Wij besloten het onvermijdelijke nog wat uit te stellen door ons van de domme te houden. In dat laatste zijn wij trouwens erg goed, maar dit geheel terzijde.
— Welk boek, jongen?
Plissken Junior heeft echter de zakelijke doelgerichtheid van zijn moeder geërfd en wond er dus geen doekjes om.
— Nou, dat boek met dat meisje. Dat meisje met haar paarse maillot met die sterretjes.
Deze directheid bracht ons enigszins van stuk. Wij pareerden echter briljant:
— O, dát meisje!
Want, zoals wij hierboven al schreven, wij zijn erg goed in ons van de domme houden. Conversatiegewijs lag de bal hiermee in het kamp van Plissken Junior, wat ons, naar wij hoopten, de tijd zou geven om nog meer van dit soort briljante antwoorden te bedenken. Helaas, driewerf helaas. Plissken Junior was snel:
— Ja, dat meisje. Ik vind haar zo leuk!
Door de absolute onschuld en eerlijke zuiverheid van dit vertederende antwoord capituleerde ons vaderhart terstond. Vervolgens toonden wij Plissken Junior niet alleen waar de felbegeerde catalogus lag, maar zochten wij voor hem ook nog eens het meisje van zijn kinderdromen op.
’s Avonds brachten wij aan mevrouw Plissken gniffelend verslag uit van het hele gebeuren. Ook zij vond het schattig en we waren het er allebei over eens dat onze zoon een goede smaak had. Maar toen zei mevrouw Plissken iets waardoor de ongerustheid ons weer om het bange vaderhart sloeg.
— Ach, als hij haar zo leuk vindt, laten we dan die foto uitknippen en in zijn kamer op zijn prikbord hangen.
Was dat nou wel zo’n goed idee, wierpen wij angstig tegen. Goed, het is een onschuldige foto. Maar iedereen weet hoe kinderen zijn. Wat als Plissken Junior de volgende dag trots aan zijn juf vertelt dat hij uit een boek met allemaal mooie meisjes er eentje heeft mogen uitknippen om in zijn kamer op te hangen?
Dan moeten wij daarna de afkeurende blikken van het voltallige schoolpersoneel trotseren. Misschien worden we dan zelfs uitgenodigd voor een Ernstig Gesprek over een Gewichtige Zaak in verband met het Welzijn van uw kind, meneer Plissken! En dan moeten we op zo’n ellendig laag kinderstoeltje de hele situatie uitleggen aan een schare inquisiteurs.
Maar toen had mevrouw Plissken de schaar al ter hand genomen. Even later was Plissken Juniors eerste, officiële pin-up een feit. Er zat voor ons dus niets anders op dan voortaan in de buurt van de school zo discreet en onherkenbaar mogelijk te zijn. Met een lange regenjas, een hoog opgezette kraag en een deukhoed tot net boven de ogen zal dat vast wel lukken.