Fritz vond het wat vroeg voor pin-ups

U zult ons niet zo gauw horen beweren dat wij vestimentair een toonbeeld van stijl en klasse zijn. Tenslotte ruilden wij slechts enkele lentes geleden onze laatste studentikoze slobbertruien in voor het soort kledij dat beter uiting geeft aan de maturiteit die wij op onze leeftijd behoren te hebben bereikt.

Maar dat betekent nog niet dat wij ons verlagen tot het niveau van de postordercatalogi. U kent die vreselijke ondingen vast wel, lieve lezer. Niet omdat u ze zelf uit vrije wil in huis haalt, uiteraard niet. Maar misschien zag u ze wel eens bij vage kennissen op tafel rondslingeren.

Bij mevrouw Plissken ligt dat even anders. Haar naam en adres zitten in het klantenbestand van verschillende postorderbedrijven en allemaal versturen zij haar hun lente-, zomer-, herfst- en wintercatalogus: vingerdikke volumes boordevol leuk geprijsde kledij, cosmetica en hebbedingetjes.

Te harer verdediging voeren wij aan dat mevrouw Plissken een vrouw is. En vrouwen willen wij veel vergeven, zelfs een lichte en verder volkomen onschuldige vorm van postordercatalogusfetisjisme. Bovendien bekijkt ze die ondingen amper, zodat de financiƫle gevolgen doorgaans zeer beperkt blijven.

Het doel van deze veel te lange inleiding is om u het deel van onze thuissituatie te schetsen dat belangrijk is voor het vervolg van ons relaas. Namelijk dat ten huize Plissken her en der postordercatalogi liggen verspreid die door niemand worden bekeken. Behalve, zo bleek onlangs, door Plissken Junior.

In een ochtendlijke bui van verveling en nieuwsgierigheid was de vrucht onzer lendenen beginnen bladeren in het meest recente boekwerk van W. Ach, dachten wij toen wij dit opmerkten, het is slechts een vingerdikke verzameling van meneren en mevrouwen in leuk geprijsde kledij; dat zal vast geen kwaad kunnen.

Dat er ergens op de pagina’s van dit drukwerk ook leuke mevrouwen in lingerie prijkten, daar stonden wij op dat moment niet bij stil. Die bedenking maakten wij ons pas toen Plissken Junior al naar school was vertrokken en wij zoals gewoonlijk zijn rommel opruimden. Want wat zagen wij toen?

Plissken Junior had een pagina gemarkeerd door op die bewuste plek van de gesloten catalogus een balpen te leggen! Onze adem stokte en ons vaderhart sloeg over. Een verlammende angst greep ons bij de keel. Ons lieve engeltje zou toch niet… Reeds vreesden wij tekort te hebben geschoten in onze rol van opvoeder.

Met een zwaar gemoed openden wij de catalogus op de bewuste pagina. Wij deden het met tegenzin, maar wij moesten nu eenmaal weten aan welke schaars geklede sloerie ons kleine ventje zijn onschuld had verloren. Dat bleek behoorlijk mee te vallen. Het was dan ook een catalogus van W.

Plissken Junior had zijn onschuldig kinderoog laten vallen op een leuke en bovenal volkomen zedig en volledig geklede tienermeid. Overmand door een intens gevoel van opluchting ploften wij ons neer op de bank, waarna een zonnestraal door de wolken brak en ons met een hemels gouden licht bescheen.

Eenmaal bekomen van al deze heftige emoties legden wij de catalogus discreet onder een stapel papieren en vervolgden wij onze dagtaak. Wij hoopten dat Plissken Junior bij zijn thuiskomst de catalogus zou zijn vergeten en zijn aandacht zou richten op andere, meer geschikte onderwerpen. IJdele hoop, zo bleek.

Wordt vervolgd